Voorstellen

Goed. Kan beter.

Nederland is in verhouding met andere landen welvarend. Het is goed dat er kansen zijn. Het kan beter, omdat de basisbehoeften van alle mensen vervuld kunnen worden: gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, werk en inkomen.

Het dossier over armoede van het College voor de Rechten van de Mens verklaart hoe mensenrechten en armoede onderling samenhangen. Nederland kan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Universal Declaration of Human Rights) als minimum aannemen:

(Artikel 25) Eenieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

(Artikel 27) Eenieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.

De “vruchten van wetenschappelijke vooruitgang” als grondstof van de economie zijn zo waardevol, dat met matige belastingen op inkomen en vermogen alle “noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening” (artikel 25) en cultuur, kunst en wetenschap (artikel 27) betaald kunnen worden. Wij stellen voor dat de economie werkt voor de mensen:

Gezondheidszorg

We maken de individuele zorgverzekering overbodig.

De tijd, energie en middelen die opgaan in de concurrentiestrijd tussen zorgverzekeraars, besteden we direct aan de beste medische zorg voor iedereen. De zorgverleners, zorggebruikers en wetenschappers wegen voortdurend het effect van behandelingen. De zorggebruikers nemen mee verantwoordelijkheid voor grote financiële keuzes.

Het onderzoek naar nieuwe medicijnen en behandelingen betalen we uit matige winsten op de productie van medicijnen. Waar investeerders aangetrokken worden met beloften van fantastische rendementen, daar is ruimte voor een hoge belasting op kennelijk excessieve winsten in de medische industrie.

Onderwijs

We maken alle studieschulden overbodig.

Nederland heeft de ambitie om wereldkampioen onderwijs te zijn, met een gelijkwaardige plaats voor “cultuur, kunst en wetenschap” (artikel 27). De gemeenschap investeert in de verdiencapaciteit van de jongeren. Uit de “vruchten van wetenschappelijke vooruitgang” betalen we het onderwijs; voor wie dat wil en kan op academisch niveau.

De selectie in het onderwijs richt zich op de behoefte aan begeleiding van de scholier en student. Waar nodig zijn de groepen klein en desnoods is er individueel onderwijs. Lezen, schrijven en rekenen zijn basisvaardigheden naast het kritisch vermogen om sociale- en commerciële beïnvloeding te herkennen.

Huisvesting

We maken overmatige hypotheekschulden overbodig.

De gemeenschap geeft de grond in bruikleen aan bewoners, ten gunste van een gezonde leefomgeving en matiging van de woonlasten. De gemeenschap verhuurt de grond aan zakelijke gebruikers.

De overheid stuurt op een evenwicht tussen werkgelegenheid en woongelegenheid op loop- en fietsafstand van elkaar. Zo vermijden we nodeloze extra kosten van verkeer en vervoer.

Verenigingen van bewoners krijgen voorrang bij de bouw en het beheer van woningen, omdat woonkwaliteit belangrijker is dan winstbejag.

Werk en inkomen

We maken langdurige bijstandsuitkeringen overbodig.

Deelname aan de maatschappij is geen plicht (artikel 4), maar een recht (artikel 23) waar gunstige arbeidsvoorwaarden en gunstige beloning tegenover staan:

(Artikel 4) Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

(Artikel 23 lid 1) Eenieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.

(Artikel 23 lid 2) Eenieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

(Artikel 23 lid 3) Eenieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.

Ondernemen is een “vrije keuze van beroep” (artikel 23 lid 1) en kan andere mensen in loondienst bij die onderneming betrekken. Overigens kan iedereen zijn recht op arbeid uitoefenen in openbare dienst. Door het aanbieden van werk in openbare dienst, kunnen “andere middelen van sociale bescherming” meestal achterwege blijven. Waar er voldoende arbeidsaanbod is door ondernemingen, zal de openbare dienst terugtreden.

Over het inkomen dat nodig is voor een behoorlijke levensstandaard (artikel 25) wordt geen belasting geheven. Mensen en ondernemingen die meer dan het nodige verdienen of als vermogen hebben verkregen, dragen belasting af over dat meerdere. De belasting is progressief: naarmate het kennelijk minder moeite kostte om inkomen of vermogen te verwerven, blijft er na afdracht van belasting nog ruim genoeg over.